Snelle werking en verminderde nasale hyperreactiviteit
Nieuwe doelstellingen in de behandeling van allergische rhinitis
Allergische rhinitis (AR) wordt nog steeds ondergediagnosticeerd, onderschat en onderbehandeld. Een cruciaal onderdeel in het begrijpen van het AR-landschap is het besef dat er een aanzienlijke discrepantie bestaat tussen de manier waarop artsen AR-patiënten instrueren hun ziekte te beheersen en wat AR-patiënten in het dagelijks leven doen. Gegevens uit het Allergy Diary (ontwikkeld door MACVIA ARIA) toonden aan dat AR-patiënten hun medicatie ‘zo nodig’ (prn) innemen, snel van behandeling wisselen, vaak een gebrekkige controle ervaren, meerdere therapieën gebruiken en de behandeling staken zodra de symptomen onder controle zijn. Een betere controle van AR kan mogelijk worden bereikt door een AR-behandeling te gebruiken die een snelle werking heeft en die effectief doorbraaksymptomen aanpakt. AR-patiënten geven inderdaad aan dat volledige symptoomverlichting, het ontbreken van doorbraaksymptomen, een snelle werking, veiligheid en gebruik op ‘zo nodig’-basis de belangrijkste doelstellingen zijn voor nieuwe neussprays. MP-AzeFlu bevat intranasaal azelastine en fluticasonpropionaat (FP) in een nieuwe formulering die via één enkel hulpmiddel wordt toegediend. Het is de eerste AR-behandeling die de drempel van 5 minuten voor de start van de werking doorbreekt en klinisch relevante symptoomverlichting biedt binnen 15 minuten, veel sneller dan waargenomen bij FP + oraal loratadine. MP-AzeFlu vermindert ook aanzienlijk de nasale hyperreactiviteit (NHR), die verantwoordelijk kan zijn voor de doorbraaksymptomen die frequent door AR-patiënten worden gerapporteerd. Mechanismen die ten grondslag liggen aan het effect van MP-AzeFlu omvatten de remming van mestceldegranulatie, stabilisatie van de slijmvliesbarrière, synergetische remming van de rekrutering van ontstekingscellen en een unieke desensibilisatie van sensorische neuronen die de ‘transient receptor potential’ A1- en V1-kanalen tot expressie brengen.
Co-auteurs: Claus Bachert, Jean Bousquet en Peter Hellings


