Zorg voor allergische luchtwegaandoeningen in het COVID-19-tijdperk
Een verklaring van EUFOREA
Het voorjaar en de zomer van 2020 zijn uniek omdat de uitdagingen in de zorg voor mensen met een pollenallergie samenvallen met de COVID-19-pandemie. Verschillende overwegingen zijn van belang om een optimale zorg voor allergische rhinitis (AR) en astma mogelijk te maken en zo de verspreiding van het coronavirus door niezen, loopneus en hoesten te voorkomen.
Dit beknopte overzicht van aanbevelingen door de EUFOREA-expertteams op het gebied van allergische luchtwegaandoeningen en allergeenspecifieke immunotherapie (AIT) is gebaseerd op een onderzoek van de huidige COVID-19-literatuur in samenhang met de bovenstaande trefwoorden en gedeelde klinische ervaring van de betrokken experts. Het behandelt overeenkomsten en verschillen tussen AR en coronavirusinfectie, evenals specifieke aanbevelingen voor de zorg bij allergische aandoeningen in het COVID-19-tijdperk, inclusief richtlijnen voor AIT.
Co-auteurs: Glenis Scaddings, Peter Hellings, Claus Bachertc, Leif Bjermer, Zuzana Diamant, Philippe Gevaert, Anette Kjeldsen, Jorge Kleine-Tebbe, Ludger Klimek, Antonella Muraro, Graham Roberts, Andreas Steinsvik, Martin Wagenmann en Ulrich Wahn.
