AIT en biologicals bij ernstige allergische rinitis: waar staan we nu?
Allergische rinitis is een zeer veelvoorkomende aandoening - een ontstekingsziekte van het neusslijmvlies veroorzaakt door een reactie op verschillende allergenen. Bovendien is het een risicofactor voor diverse comorbiditeiten, waaronder allergisch astma en chronische rhinosinusitis met neuspoliepen - aandoeningen die allemaal een gemeenschappelijke pathologie delen op basis van type 2-inflammatie.
De basis van de behandeling blijft bestaan uit intranasale glucocorticosteroïden en antihistaminica, met de kortstondige toevoeging van orale corticosteroïden voor ernstiger aangedane patiënten. Maar voor patiënten met ernstige allergische rinitis is allergeenspecifieke immunotherapie, ook wel AIT genoemd, die al meer dan 100 jaar bestaat, een therapeutische optie. Het kan leiden tot verlichting van de symptomen, preventie van ziekteprogressie en zelfs genezing.
Veel biologicals zijn erg duur, maar gezien de recente kostenverlaging van omalizumab en de beschikbaarheid van minder dure geneesmiddelen met vergelijkbare werking, zogeheten biosimilars, is deze optie steeds aantrekkelijker geworden voor degenen die patiënten met ernstige allergische rinitis behandelen.
In dit debat bespreken we waar we staan met betrekking tot allergeenspecifieke immunotherapie (AIT) en biologicals bij patiënten met ernstige allergische rinitis.